Gelijktijdigheid in de ambulancezorg: een introductie

Hoe ga je om met gelijktijdigheid en schaarste?

Als je actief bent in de ambulancezorg, dan kom je het begrip “gelijktijdigheid” ongetwijfeld tegen. Sterker nog, in het kenmerkende primaire proces van een ambulancedienst speelt gelijktijdigheid een hoofdrol.

In dit artikel zoomen we in op gelijktijdigheid. We leggen uit wat het is, waarom je de effecten ervan wil minimaliseren en op welke manieren dat het beste kan.

Gelijktijdigheid van inzetten: wat is het?

Er zijn verschillende definities van gelijktijdigheid. Welke het beste past is afhankelijk van de context.

Een breed gedragen definitie stelt dat gelijktijdigheid de relatie is tussen twee evenementen die gebeuren op hetzelfde moment vanuit bepaald referentiekader. Dat klinkt wat abstract. Laten we de vertaalslag naar de ambulancezorg maken.

Incidenten komen onregelmatig voor. Zowel de plaats als het tijdstip laten zich niet exact voorspellen. Wanneer er twee of meer inzetten tegelijkertijd afgehandeld worden binnen een bepaald referentiekader, dan is er sprake van gelijktijdigheid.

Een referentiekader is in deze context een geografisch gebied, bijvoorbeeld een deelgebied van een RAV-regio zoals de omliggende omgeving van een standplaats. Verwar dit overigens niet met het “referentiekader ambulancezorg” van het RIVM.

Gelijktijdig van inzetten is op zichzelf niets slechts. Zolang er voldoende capaciteit beschikbaar is, hoeft gelijktijdigheid geen probleem te vormen.

Kijk je naar gelijktijdigheid vanuit de gehele RAV-regio, dan komen gelijktijdige inzetten vaak voor. Het is niet raar dat meerdere ambulances op een bepaald moment bezig zijn met elk hun eigen inzet. Echter, wanneer inzetten dicht in de buurt van elkaar gelijktijdig voorkomen, kan het zijn dat er geen beschikbare ambulance binnen 15 minuten ter plaatse kan komen. Er moet nu een ambulance op grotere afstand van het incident ingezet worden. Dit betekent dat je waardevolle seconden moet inleveren. Het duurt dus langer voordat een ambulance ter plaatse is.

De doorlopende groei van de zorgvraag heeft als gevolg dat er meer druk komt op de beschikbare capaciteit. Hierdoor zal de gelijktijdigheid van inzetten vaker voor problemen zorgen richting de toekomst.

Schaarste management en gelijktijdigheid

Als ambulancedienst moet je continu op zoek naar een optimum van beschikbaar zijn op het juiste moment en kosteneffectief te werk gaan. Je kan namelijk moeilijk op elke hoek van de straat een ambulance neerzetten.

Samengevat komt het erop neer dat je de kans op ondercapaciteit zoveel mogelijk wil beperken. Ondercapaciteit heeft een aantal nadelige effecten. De belangrijkste zijn:

  • Een langere aanrijtijd
  • Onwenselijk schuiven van ambulances door de regio
  • Een langere inzetduur door langere rijtijden

Een langere aanrijtijd

 De ambulance die een inzet moet doen in een dekkingsgebied van een andere ambulancepost, moet vaak langer rijden om bij het incident aan te komen. Dit kan een negatieve impact hebben op de kwaliteit van zorg doordat het langer duurt voordat hulp ter plaatse komt.

Onwenselijk schuiven van ambulances door de regio

 Er bestaat de kans op een kettingreactie van ambulanceverschuivingen. Een ambulance doet een inzet in een dekkingsgebied van een andere ambulance door ondercapaciteit. Hierdoor is er weer minder capaciteit beschikbaar in het dekkingsgebied waar de eerstgenoemde ambulance vandaan komt. Dat zorgt weer voor een grotere kans dat een ambulance niet beschikbaar is wanneer, waarna de cirkel zich herhaalt. Je krijgt dus een verhoogde kans op een onwenselijk domino-effect.

Een langere inzetduur door langere responstijd

De langere aanrijtijden zorgen samen voor een mogelijk langere inzetduur. Langere inzetduur betekent dat ambulances langer bezet zijn en levert dus meer druk op de beschikbaarheid op.

Hoe zorg je dat ambulances vaker beschikbaar zijn op de juiste plek?

Gelukkig zijn er verschillende manieren om de risico’s op ondercapaciteit door gelijktijdigheid te beperken. Er zijn globaal vier oplossingsrichtingen:

  1. Een betere aansluiting bij de zorgvraag: spreiding van capaciteit door de regio en de week
  2. Het verlagen van de werklast (de juiste zorg op de juiste plek)
  3. Slim verplaatsen van capaciteit door de meldkamer
  4. Het inzetten van extra capaciteit

1. Een betere aansluiting bij de zorgvraag: spreiding van capaciteit door de regio en week

Door diensten en post bezetting optimaal te laten aansluiten bij vraag van ambulancezorg kan je ondercapaciteit op voorhand minimaliseren.

Zo heb je de capaciteit zo goed mogelijk verdeeld over je regio op basis van de te verwachten zorgvraag. Optimaliseer je de spreiding en beschikbaarheid slim, dan verminder je niet alleen de kans op ondercapaciteit, maar verminder je ook de kans op overcapaciteit. Het is zonde wanneer er op bepaalde plekken en momenten diensten staan die op een ander moment of plek meer kunnen bijdragen.

Een optimale aansluiting tussen de capaciteit en de zorgvraag realiseren is makkelijker gezegd dan gedaan. Er komt veel bij kijken. Vooral de risico’s op ondercapaciteit bij een bepaalde spreiding en beschikbaarheid zijn lastig in te schatten. Het optimaliseren van de spreiding en beschikbaarheid is een complexe puzzel die alleen met geavanceerde rekenmodellen opgelost kan worden.

2. Het verminderen van de werklast

Eén van de meest voordehandliggende oplossingen om de risico’s op gelijktijdigheid te beperken is door simpelweg het aantal inzetten of de inzetduur te verminderen. Je doet dan met dezelfde middelen minder, de bezettingsgraad (de tijd van een dienst dat een ambulance daadwerkelijk ingezet wordt) neemt af en de kans op gelijktijdige inzetten wordt kleiner.

Binnen de acute zorg en ambulancezorg zijn er meerdere initiatieven om de druk op de ambulancezorg te verminderen. Denk hierbij aan zorgcoördinatie (de juiste zorg op de juiste plek door de juiste zorgverlener), telehealth of een betere differentiatie van bijvoorbeeld de urgentie normeringen. Deze onderwerpen en de effecten op het primaire proces van de ambulancezorg zijn complex en verdienen een eigen artikel.

3. Het slim verplaatsen van capaciteit door de meldkamer

Er zitten op de meldkamer experts die ervoor zorgen de spreiding zo optimaal mogelijk te houden met de middelen die ze hebben om de beschikbare ambulances zo goed mogelijke spreiden door de regio. De uitgifte centralisten.

Zij zien waar gaten (dreigen te) vallen die niet binnen de gestelde 15 minuten responstijd norm te behalen zijn. Zij kunnen vervolgens ook tijdig capaciteit verplaatsen om zo de kans op ondercapaciteit te voorkomen.

Het verplaatsen van ambulances gebeurt op basis van de ervaring van de centralist. De centralist wordt hierin soms gesteund door software (DAM-software) of “schuifregels”. Dit helpt de centralist door aan te geven waar de beschikbare ambulances het beste kunnen staan. Zo is de kans groter dat er een beschikbare ambulance in de buurt is voor een incident.

4. Het inzetten van extra capaciteit

Door het bijplaatsen van nieuwe ambulancediensten is er meer capaciteit beschikbaar. Hierdoor wordt de kans op ondercapaciteit minder. Gelijktijdige inzetten zorgen dan dus minder vaak voor problemen, omdat er meer ambulances beschikbaar zijn. Toch moet het bijplaatsen van capaciteit niet de eerste oplossing zijn.

Extra ambulances bijplaatsen is kostbaar en kan inefficiënties in het ambulanceproces juist verbloemen. Vanuit dat perspectief is het bijplaatsen van extra diensten een vorm van symptoombestrijding dat niet zal leiden tot een gezonder primair proces van de ambulancezorg.

Hand in hand met het inzetten van extra capaciteit stijgen daarnaast de zorgkosten mee. Verder zal met de huidige personele krapte aan ambulancepersoneel extra diensten alleen maar meer druk uitoefenen op de invulling van het dienstrooster.

Zet daarom alleen structureel extra capaciteit in als het echt niet meer efficiënter kan en de zorgvraag blijft toenemen.

Tot slot: gelijktijdigheid blijft bestaan

Gelijktijdigheid in het ambulance proces zal niet verdwijnen. Ook ondercapaciteit door gelijktijdigheid volledig terugdringen is onrealistisch.

In dit artikel zijn een aantal oplossingsrichtingen benoemd die een ambulancedienst kan overwegen om ondercapaciteit te verminderen. Sommige zijn als ambulancedienst zelfstandig op te pakken, andere, zoals de juiste de zorg op de juiste plek door de juiste professional, zijn oplossingen die de ambulancezorg overstijgen.

De overkoepelende boodschap is dat ondercapaciteit op meerdere manieren te beperken is, maar je scherp moet hebben hoe deze ondercapaciteit ontstaat. Zo kan je de meest effectieve acties ondernemen.

Heb je vragen gelijktijdigheid of over het tegengaan van ondercapaciteit? {cta}

Devise helpt ambulancediensten met het optimaliseren van de spreiding en beschikbaarheid, zodat de beschikbare capaciteit zo slim mogelijk wordt ingepland.

Daarnaast ondersteunen we meldkamers in het opstellen van slimme protocollen om ambulances zo optimaal mogelijk te spreiden door de regio en kunnen we inzicht bieden in de verschillende effecten van een veranderende zorgvraag en adviseren in het bijplaatsen van extra capaciteit.

Op deze manier vergroot de kans dat er een ambulance beschikbaar is wanneer deze nog is.

link_arrow_white Neem contact op

Neem contact op met Devise

Devise Analytics B.V.
Europalaan 100
3526 KS Utrecht
+31 85 060 6044
info@devise.nl

Devise Analytics B.V.
Europalaan 100
3526 KS Utrecht
+31 85 060 6044
info@devise.nl

© 2020 Devise Analytics — DisclaimerPrivacyverklaring — Algemene voorwaarden NL | EN

Scroll to top